Levenscyclus van de vlinder

Vlinders hebben vier verschillende stadia in hun leven:

Ei

Vlinders leggen eieren. Afhankelijk van de soort gebeurt dit los, in kleine groepjes of in grote hoeveelheden “eispiegels”. De eieren zijn klein maar meestal wel met het blote oog te zien. Anders helpt een kleine loep. Iedere vlindersoort heeft zijn eigen vorm, kleur en structuur van de eieren zodat daaraan de vlindersoort is te determineren.
Gemiddeld bedraagt de duur van de ei-fase twee tot drie weken, maar er zijn ook soorten die in het eistadium overwinteren. De duur van het ei zijn varieert per soort en is onder andere afhankelijk van de temperatuur. Volgroeide rupsen komen uit het ei door een gat in de eischaal te knagen.

Rups

Rupsen doen niets anders dan voornamelijk eten en groeien. Rupsen kunnen hun oorspronkelijke grootte en gewicht verduizendvoudigen. De huid van de rups groeit wel mee, maar minder hard dan de rups. Daarom verwisselt de rups een aantal keer zijn huid om op die manier meer ruimte te krijgen voor een grotere huid. Deze verwisseling van de huid gebeurt bij een rups vier tot zes maal in zijn bestaan.
De rupsen zijn een lekker hapje voor vogels en andere vleeseters. Om te vermijden dat ze te vaak opgegeten worden zijn ze goed gecamoufleerd en zijn dan ook moeilijk te vinden. Mede hierdoor zijn rupsen vooral 's nachts actief en eten als de jagers hun niet kunnen zien. Sommige hebben stekelige haren om zich minder aantrekkelijk te maken of zijn zelfs giftig.
Het rupsenstadium duurt gewoonlijk één tot twee maanden, maar is sterk afhankelijk van temperatuur en soort. Een groot aantal rupsen overwintert; hun leven kan dan ook negen tot tien maanden duren.

Pop

Is de rups volgroeid, dan gaat zij verpoppen. Hiervoor zoekt ze een speciale plek in de vegetatie op. De verpopping duurt enkele uren tot enkele dagen. De rups eet niet meer en wordt sloom en stijf. Op een gegeven moment barst de laatste rupsenhuid open en werkt de pop zich naar buiten. Ze is dan nog zeer zacht en beweegelijk. Er zijn poppen die hangen (bijv de Dagpauwoog) aan niet meer dan een draadje aan een blaadje. Andere soorten liggen vrij tussen de planten op de bovenste bodemlagen (bijv de Heivlinder). Een pop kan niet meer eten en zich niet meer verplaatsen. Het lijkt alsof de pop niets doet maar binnenin worden organen afgebroken en nieuwe organen weer gevormd. Bij vlinders die niet overwinteren duurt dit ongeveer anderhalf tot drie weken. Vlinders die overwinteren doen hier ruim zeven maanden over.

Vlinder

Uiteindelijk komt er een vlinder. De vlinder verbreekt de pophuid en kruipt naar buiten. De vlinder zoekt een geschikte plek waar hij vrij kan hangen om zijn vleugels te ontplooien door bloed in de aderen te pompen. Dit proces is goed te volgen mocht je het tegenkomen, het duurt ongeveer twintig minuten. Gedurende een uur is de vlinder nog uiterst kwetsbaar. De vleugels zijn nog zeer zacht en slap. Als de vleugels voldoende gedroogd zijn dan is de vlinder in staat om te vliegen.
Het doel van de vlinder is voortplanten. Er zijn zelfs vlinderssoorten die niet meer kunnen eten en dus ook maar een paar dagen leven. De meeste soorten nemen wel voedsel tot zich in de vorm van Nectar. Op deze manier hebben de vlinders ook een rol in de bestuiving van de verschillende planten.
De voedselbehoefte van de vlinder verschilt sterk per soort. Vlinders die uit de pop komen met al ontwikkelde eieren of met een grote hoeveelheid vetweefsel hebben weinig voeding nodig. De meeste soorten hebben echter veel nectar van bloemen nodig. Sommige soorten gebruiken andere voedselbronnen dan bloemen. Zij leven van de ontlasting van bladluizen of van suikers die sommige bomen afscheiden via hun knoppen en bladeren (bijvoorbeeld Eikepage en de Sleedoornpage). Andere soorten halen hun voedingsstoffen uit vocht dat zich op de grond, op mest of op dode dieren bevindt (bijvoorbeeld Grote Weerschijnvlinder).

Bovenkant van deze pagina

 

Bronen: De tekst van deze pagina is grotendeels ontleend uit: